met mij gesteld is?' vroeg ik me af, 'dat ik op het werk een chef heb die me apart riep en me volkomen onzinnig maar natuurlijk in opdracht van de een of andere instantie, verweet: 'Vorige week ben je in Rome gesignaleerd, terwijl je 's nachts op het werk had moeten zijn.' Dat een collega mij voortdurend treiterde als de anderen er niet bij waren, of langs mijn stoel liep en dan zei: 'Sal Santen, van de pegu-lanten,' net zo lang tot ik hem toebeet: 'Als je dat nog een keer durft te zeggen sla ik je op je verdommenis, midden op de afdeling.'
'Als je denkt dat het een fout was, moeten we daar eerlijk voor uitkomen,' antwoordde ik aarzelend. Een haastige blik van jou naar Miranda, van Miranda naar jou volgde toen: 'Nee, natuurlijk niet.'
En ik weer: 'Het was mij volkomen onbekend dat Uten samenwerkte met Nooteboom. Echt waar, jullie kunnen me geloven.'
'Natuurlijk,' antwoordde Miranda, 'dat weten we toch. Nadat Uten had gezegd dat die drukkerij in Ouderkerk van Nooteboom was heb je hem verteld dat we met Nooteboom niet wilden samenwerken.'
Het leek alsof mijn keel werd toegeknepen. Die leugen had Uten in Niemandsland verkondigd, om zich te rechtvaardigen. Ik heb hem toen de waarheid onder de neus gedouwd, en jij wist het Martin. En voorzover je het Nederlands niet voldoende kon volgen, heb ik het je later ook nog gezegd. Waarom heb je dat nooit aan Miranda verteld? Of geloofden jullie Uten eerder dan mij? Ik hield mijn bek, idioot die ik was, in plaats van jullie toe te schreeuwen dat jullie die laster nooit hadden mogen geloven.
Volgende punt op de agenda: de samenwerking tussen mij en Max. Ik moest begrijpen hoe een goede kameraad hij wel was, hoeveel hij had gedaan voor Miranda, hoezeer hij zich had ingespannen voor onze zaak. Dat wist ik allemaal, en dat maakte me juist zo weerloos tegenover zijn
202