Casablanca
'Bonjour, Sal,' zei je op het vliegveld van Casablanca tegen me, waar ik je voor het eerst na acht maanden weer ontmoette, 'je moet je vliegticket veranderen. We gaan naar Algerije.'
Het was een afschuwelijk dillemma. Meegaan naar het pas bevrijde, maar in twee kampen verdeelde Algerije was het opzoeken van de revolutie, die ook ik, samen met jou en een handjevol andere vrienden had helpen voorbereiden. Het was mijn bestemming, had ik al vaak gefantaseerd, daar voor de Wereldpartij te werken, als lid van het Wereldsecretariaat waarvan jij opnieuw secretaris zou zijn. Maar eerst moest van alles worden geregeld. Voorlopig moest ik proberen hier werk te vinden, in Marokko, om bij jou te zijn, zoals was afgesproken toen je uit Amsterdam vertrok. Daarvoor was ik juist gekomen. Onmiddellijk meegaan naar Algerije betekende echter, nu al mijn betrekking in Amsterdam opgeven voordat er iets geregeld was - waarvoor ik juist naar je toe kwam - en Bep met het gezin in de steek laten. De revolutie kan ons voor zulke omstandigheden plaatsen. Was die noodzaak er?
Tegelijkertijd schaamde ik me, want nu stelde ik mijn persoonlijke lot boven dat van de revolutie, naar het scheen, en wat moest jij wel van me denken?
Jij was te pakken te krijgen als een aal aan zijn staart, 's Morgens vroeg was je al vertrokken en als je 's middags
200