reldsecretariaat, en ik zal het niet verlaten zonder je te hebben geraadpleegd, dat wil zeggen zonder wederzijds akkoord tussen ons.
Wat de noodzaak van een bezoek aan jullie betreft: ik heb achttien dagen vakantie, en ik verdeel die: fifty-fifty. De helft om jullie te bezoeken, de andere helft om met Bep en de kinderen met vakantie te gaan om een beetje tot rust te kunnen komen waar ik een enorme behoefte aan heb.'
Zeer broederlijk, Sal.
199