beeld. De vergadering heeft maar vier uur geduurd (zij is 's middags om vier uur begonnen en Jacques moest om acht uur weer weg). Dikwijls was ik slecht op de hoogte, dat wil zeggen ik moest me heel vlug oriënteren en ik kan slechts hopen dat ik niet te veel stommiteiten heb begaan. In elk geval is het een toestand die niet kan voortduren. Ik neem niet meer in mijn eentje beslissingen die, terwijl zij onze kort geleden gevormde tendens aangaan, in werkelijkheid betrekking hebben op de toekomst van de Wereldpartij. Mijn ware rol was een beetje hun 'enthousiasme' te remmen en, voor het geval ik daar niet in ben geslaagd, het bestaan van onze tendens te onderstrepen opdat de Wereldpartij weet wat er aan de hand is. Tegelijkertijd heb ik ze eraan herinnerd dat een 'Wereldsecretariaat' van drie leden niet reglementair is.
Wat de personen betreft: Paul is erger dan ooit. Het is iemand die alleen nog maar kan leven in fractiestrijd en intrigues, die-voor hem —het wezen van de beweging zijn geworden. Er is waarlijk een kloof tussen zijn marxistische cultuur (die ongetwijfeld groot is) en zijn persoonlijkheid als leider.
Jacques Meyerson leidt hun zaken. Hij is uitermate arrogant en minder zenuwachtig. Hij dicteert waarlijk hun beslissingen, en de anderen hebben niets te vertellen. Zijn houding toont dat hij zich weinig bedreigd voelt. Om niet te veel in de praktische activiteiten van de Wereldpartij te worden gemengd, duwt hij Pietro naar voren, die, opgejaagd door zijn eigen ambities, denkt leiding te geven...
Eerst was er het verslag van Meyerson over een reis die hij naar Canada heeft gemaakt, en waarvan ik voor het eerst kennisnam door een briefje van Pietro dat ik je heb doorgestuurd. Zijn besprekingen met Joseph Clayton enzovoort over de hereniging van hun Wereldpartij met de onze
196