Afscheid
Hoe kun je in slaap vallen wanneer je hart bonst en je gezicht gloeit van spanning? Een jaar en drie maanden, voor Martin en mij. Vijftien maanden dus, zeggen anderen, maar er is een verschil tussen 15 x 30 en 365 plus 3 x 30: vijf dagen. Zo rekenen rechters het uit, en god mag weten langs welke kronkels zij tot hun berekening komen. Vijf dagen: vijf maal vierentwintig uur; vijf maal vierentwintig maal zestig minuten. Plotseling bekruipt je de angst dat je het niet zal overleven, dat je dood zal gaan in je slaap voordat de vrijheid er weer is. Ik wist al dat het zou komen, een jongen had het mij verteld voor zijn vertrek, en toch had ik hem uitgelachen.
Slaap dan niet, Sal, blijf rustig zo liggen. Ik hoor de bewaarder zijn ronde doen, haastige, holle stappen in de nacht, eens per uur. Wie wil vluchten moet wachten tot hij voorbij is. Of wachten tot de dag, zoals de twee jongens in de bibliotheek - de bibliotheekmeester was immers met vakantie - en met zijn drieën zaten wij er opgesloten om boeken uit te zoeken, ongecontroleerd. De jongens vertrouwden op mij, zij wilden in geen geval blijven, en ze verraden, daar dacht ik niet aan. Maar wat zou er gebeuren na hun vlucht? Ik zou er op worden aangezien. En nog erger: terwijl een veilige aftocht voor Martin werd voorbereid na zijn vrijlating zou ook hij in het zonnetje komen te staan. Kon ik dat die jongens zeggen? En dus zocht ik alle more-
190