doch de Wereldpartij klopt thans op de poort der geschiedenis. In de persoon van Martin, met Miranda onvoorwaardelijk aan zijn zijde, heeft zij een leider van historisch formaat gevonden. Het is daarom een groot voorrecht, niet slechts tot zijn naaste medewerkers te behoren, doch ook de gevangenis met hem te delen. Ik wil u om die reden verzoeken, meneer de President en heren Rechters, mij te veroordelen tot dezelfde straf als mijn vriend Martin.'
189