Brief aan Bep
Gisteravond las ik, dat Natalia Trotsky misschien ook in ons nu komend proces zal getuigen, ik was er door ontroerd. Ik moest denken aan de keer in Parijs dat ik naar haar toeging, ik had een plantje voor haar gekocht, een begonia. Ze was er heel blij mee, andere bloemen waren niet in haar kamertje. Ze was bijzonder hartelijk, ik moest blijven eten, Natalia vertelde van vroeger. Het Vrije Volk wist gisteravond te vertellen dat zij zich in 1951 van ons had gedistantieerd, 'omdat zij de politiek van deze (onze) organisatie beschouwde als verraad aan de zienswijze van haar overleden man'. Ze weten het weer bijzonder goed... Toen ik Natalia zag, het zal in 1956/57 zijn geweest, sprak zij met grote achting over Martin. Ik hoop dat ik toen ook een goede indruk op haar heb gemaakt. Martin had me, voordat ik naar haar toeging, verboden met haar te discussiëren. Hij zei: 'Begrijp goed, zij is de vrouw van le Vieux. Het leven is te moeilijk voor haar geweest, Stalin heeft eerst haar kinderen, toen haar man vermoord. Bovendien geldt ook voor haar wat Trotsky eens schreef over Kroepskaya, de vrouw van Lenin: door het leven te delen met een genie van zijn formaat heeft zij de kritische beoordeling van politieke problemen aan haar man overgelaten, die het toch meestal bij het rechte eind had. Maar na diens dood moest zij haar eigen weg zoeken en raakte de koers kwijt.' Tegen het verbod van Martin in raakte ik plotseling verward in een ver-
181