beiders in slaap te sussen? Of iets anders gaan doen, schrijven bij voorbeeld, wat ik eigenlijk had gewild? Maar de wereld moet worden veranderd.
De trein rijdt het Centraal Station binnen, dat er grauw uitziet, als een jaar geleden. Straks gaat ieder naar zijn eigen cel. Het is half vijf, en ik zal bijtijds terugzijn om mijn oudste dochter en haar man te omhelzen in de spreekkamer van het huis van bewaring. Even staan Martin en ik, op het perron, nog aan elkaar geboeid terwijl de rechercheurs op enige meters afstand iets bepraten.
'Luister, Sal, weet jij een adres waar ik zonodig naartoe kan vluchten?'
Een adres in de buurt van het Leidseplein? Ik heb er een tante wonen. Aarzel toch niet, straks komen die rechercheurs, en ik antwoord, zachtjes maar zo duidelijk mogelijk: 'Marnixstraat honderdzestig, Marnixstraat honderdzestig, honderdzestig, honderdzestig, en zeg tegen de vrouw dat je Mien kent, haar zuster, en Sal.'
180