stiek nog geen vier meter op de evenwichtslat kon blijven lopen. Zulke stomme gedachten had ik als kind. Wat heeft me bezield toen Martin naar Nederland kwam? Was de verantwoording al niet groot genoeg? Ik weet het niet, zomin als ik weet wat ik in de oorlog anders had kunnen doen om mijn familie te redden, zonder dat het gelukte, want altijd weer liep het ten slotte mis, ondanks alle risico's die ik nam, en dan was het nog een wonder als ik er in slaagde het er levend af te brengen. Ook nu, hoe had ik dan wél moeten handelen? Martin remmen, zoals alle anderen wilden doen? Om van de Wereldpartij een zondagsschooltje te maken? Ze hebben Martin te pakken, hij denkt acht jaar te krijgen en wil zelfmoord plegen, dat heb je toch gehoord, klootzak dat je bent, altijd heb je wat anders en nooit iets goeds. Wat zal iedereen ervan zeggen? Bep? De kinderen? De mensen uit de beweging? Hoe moeten we hier ooit nog goed doorkomen. En de Wereldpartij ? Jij zou er wel even voor zorgen dat de band met de koloniale revolutie werkelijkheid werd, mister Sal, en alle problemen oplossen. Als ik eens alleen de schuld op mij nam?
Dat is doorslaan.
Je bent gek, ik verraad toch niemand?
Daar moet je eerst overleg over plegen!
Met wie? Alleen ik kan die verantwoording nemen tegenover mijn geweten. Als het goed afloopt en ze moeten Martin vrijspreken, vindt iedereen het goed. En als het misloopt? Dan zou het toch misgelopen zijn.
'Martin!' roep ik verrast. Ook hij staat in de lift, geboeid aan zijn parket-wacht. 'Ecoute Martin,' fluister ik haastig, 'je peux prendre toute la responsabilité.'
Begrijp ik goed dat het geen zin heeft? Maar Martin heeft ook niet 'nee' gezegd.
'We zullen jou eerst maar eens verhoren vandaag,' zegt
167