Aan gene zijde...
Terwijl ik de knop van het Lipsslot nog maar net heb teruggedraaid, wordt de buitendeur al tegen mij aangeduwd. Een vreemde man gaat voor mij staan. Iemand rent met twee treden tegelijk de trap op naar zolder. 'Hou jij de telefoon in de gaten,' wordt er geroepen. Een ander draait de tuindeur op slot en wil de sleutel in zijn zak steken. 'Eerst moet zij eruit,' zegt Bep scherp en vertelt onze kleine meid dat zij bij het buurmeisje moet gaan spelen. Dan richt ze zich tot een groepje mannen, die in een rijtje naast elkaar in de keuken zijn gaan staan, en bijt ze toe: 'Jullie moesten je schamen.' Ineens is er een grote rust over me gekomen.
Het stinkt naar braaksel in de cel van het oude politiebureau ergens bij Amsterdam. Een soort slaapbank vult de hele ruimte op zodat je er nauwelijks kunt lopen. Het ganglicht schijnt door een raampje boven de celdeur naar binnen. Met mijn onderarm sluit ik mijn ogen om te gaan slapen. Maar nog nooit ben ik zo wakker geweest.
Rust er een vloek op mijn leven? Altijd als ik wilde helpen wie mij het naaste waren, liep het verkeerd af. Zouden ze Martin ook te pakken hebben? Verschrikkelijk. En als ze hem eens uitleveren? Dat kost hem zijn leven. Dan ben jij daarvoor verantwoordelijk Sal, jij hebt hem met Uitenboog-aard in contact gebracht, en zo is het begonnen. Of niet? Martin zei dat de Algerijnse broeders koste wat kost moes
147