secretaris? Paul? Jacques? Bij een overwinning van de Algerijnse revolutie zullen de krachtsverhoudingen in de Wereldpartij veel gunstiger worden.'
We komen er niet uit. Het gesprek neemt een wending, die niemand van ons had verwacht: 'Met dit leven kun je nooit je zelf zijn,' klaagt Martin. 'Als je even niet waakzaam bent is er wel iemand die je een pootje wil lichten. Ik heb me altijd aan de theorie willen wijden, nu word ik alleen maar door de praktijk opgeslorpt en heb geen tijd meer voor enige réflection.'
'En moet hij de sterke man spelen,' onderbreekt Miranda. 'Weet je waarom ik destijds verliefd op Martin ben geworden? Omdat hij zo'n zachte, schuchtere jongen was die ik wilde helpen. L'homme fort...' mompelt zij voor zich uit.
Hetzelfde zegt Bep altijd, dat ik zo schuchter was en onhandig, haar hulp nodig had, en dat ze wou dat ik gebleven was als vroeger.
'Maar Paul kan toch geen secretaris worden, die sektariër,' probeer ik opnieuw. 'En Jacques, hij is een schitterende econoom, maar zou jij hem de leiding van de Wereldpartij toevertrouwen? Hij is was in de handen van iedereen die hem vleit, en komt dan tot de meest vreemde standpunten.'
Zwijgen, een hele tijd, dan zegt Martin: 'Akkoord, ik zal het nog eens aanzien. Wil ik toch niet langer secretaris blijven, dan zal ik er eerst met jou over spreken.'
Illegaal werk onder legale omstandigheden, je wordt er stapelgek van. Terwijl in de oorlog vrijwel iedereen zijn mond hield of tenminste niet nieuwsgierig was, al was het maar uit overwegingen van eigen veiligheid, gebeurt nu het tegenovergestelde. Niemand weet precies wat wij doen, maar iedereen vermoedt wel iets en kletst erover omdat het zo interessant is, en wie ruikt het gevaar als er in de nabijheid geen kruitdamp is? Henk Uten belt mij op, komt met de-
144