berrevolutie en door zijn historische strijd tegen de stalinistische bureaucratie, hadden de woorden van le Vieux een zwaarte gekregen die op zich zelf reeds meetelde bij het nemen van beslissingen. Kijk mijn positie in het Secretariaat eens: ik ben de laatste periode voortdurend in de minderheid.'
'Toch niet in de beweging zelf?' merk ik haastig op, maar Martin antwoordt: 'Daar ben ik niet meer zo zeker van.' Wat wil Martin precies. Dat hij uit het Secretariaat gaat, en ik erin blijf? Daar is toch geen denken aan. Ik mis de capaciteiten om mij alleen te handhaven tegenover het trio, en ik voel er ook absoluut niets voor het te proberen, al was het maar uit solidariteit met Martin. Sinds de dood van Ie Vieux is de Wereldpartij voor alles zijn schepping, en hem in de steek laten zou me een gevoel geven, hem verraden te hebben.
'Als jij je functie neerlegt ga ik uit de internationale leiding. Denk je dat ik bereid ben mee te doen als Paul of Jacques secretaris is?'
'Maar jij moet erin blijven,' wil Martin mij nu overtuigen.
Als ik alleen mijn schouders ophaal, want hoe kunnen ze geloven dat ik daartoe bereid zou zijn, mengt Miranda zich in het gesprek: 'Martin kan zo niet meer werken. Hoe is het mogelijk een politieke lijn uit te stippelen als je voortdurend een minderheidspositie inneemt?'
'Daar is toch geen sprake van,' probeer ik ertegenin te brengen, 'we zijn nog steeds tot een compromis gekomen.'
Ik zeg het zonder overtuiging, want als ik vroeger kritiek had op Martin, was het juist op dit punt. Vaak ontwikkelde Martin een nieuw gezichtspunt, bij voorbeeld ten aanzien van de neergang van het stalinisme, werd ten scherpste door Jacques bestreden, totdat Jacques zich half gewonnen gaf, en dan vroeg Martin juist aan hem er een resolutie over te schrijven. In de leiding van de Russische
142