'Waar anders?'
Ik praat zo zacht mogelijk met de twee frères naast mijn bed, want niemand mag weten waar we het over hebben. Mijn buurman moest eens horen wat er wordt besproken. Het lijkt hier wel het centrum van de wereldrevolutie.
Terwijl Uten me door zijn bolle brilleglazen aankijkt, leg ik een vinger op mijn mond. Hij praat zo hard, steeds moet ik hem waarschuwen, ik lig hier toch niet alleen in de zaal. En nu zegt hij: 'Ik zou ook Franse staatspapieren kunnen maken.'
'Wat moet het Bevrijdingsfront daar in godsnaam mee doen?'
'In een grote hoeveelheid op de markt gooien en zo de markt ontwrichten.'
Meent hij wat hij zegt? Het lijkt me je reinste fantasterij. Franse staatspapieren. Om die aan te bieden moet je relaties op de beurs hebben. Bovendien, die dingen zullen toch wel geregistreerd zijn? Het zou veel te gevaarlijk zijn. Eigenlijk geeft hij me de woorden in de mond, dan kan hij ook... ik durf het haast niet te denken, het is waanzin en tegelijk een unieke kans, maar ik kan het vragen, het verplicht tot niets.
'Hoor eens,' zeg ik zacht, wenk met mijn hoofd dat hij zich naar mij toe moet bukken, en fluister in zijn oor: 'En...'
129