tc vluchten, ik kon niet gelooven dat ’t onbereikbare zoo gemakkelijk op ’n rieten stoeltje van den Dóme te duwen was. Het scheen of ze voor ons beiden, maar voor Steen ’t meest, sympathie gevoelde. Steen streelde haar lange, smalle handen en keek haar voortdurend met iets onderworpens aan. Hij bemerkte al spoedig dat ze ’n Frainjaise niet was, maar voor haar was ’t leuk weer Duitsch te kunnen spreken. Ik zweeg en moest maar naar haar kijken die me zoo bizondcr leek. Nu was er ’n man achter haar komen zitten, die zij kende en zonder zich te verontschuldigen, stond ze op en trad met matten lach naar hem toe. Steen draaide, ’n weinig onbehoorlijk, z’n stoeltje om en zag jaloers wat ze achter onze ruggen uitvoerde. Ook ik had graag gekeken, maar ik wilde niet, bepaalde mijn aandacht tot hetgeen op ’t terras geschiedde. Een meneer goot z’n melk op ’n schoteltje voor zijn kleine doghond, die dezelfde verlangende oogen had als Steen, een dame in bruin complet had violetgeverfde haren. Mijn geoefende blik zag in ’n oogwenk om ’n aangrenzend tafeltje ’n klein drama; ’n donkere Engelsche in astrakan mantel met tragische zwarte oogen, die volkomen stil had gezeten maakte opeens ’n beweging naar de revers van haar man, waar ze ’n lange haar afhaalde, (mij
74