Hij keek de baker aan. ״Waar hebt u m’n instrumententasch gezet?” vroeg hij rustig.
״O God, o God!” mompelde de baker. En het ging door het huis rond.... ״De tang zal-ie gebruiken, de lepels.... Och weih.... och weih!” En de menigte op straat hoorde het, en in de keuken hoor״ den ze het....
״Sjemang Jisroeëil, de tangen....! De instrumenten....! Wat zal er met mijn kind gebeuren!” weeklaagde de oude grootmoeder.
De kraamkamer was vol vrouwen, snik-kende, fluisterende, saamklittende vrou-wen. Toen Costa Gomez naar zijn in-strumententasch wilde grijpen, struikel-de hij er over een en viel bijna....
Hij wees met zijn krommen vinger naar de deur. ״Die wijven d'r uit!” zei hij. En ze gingen, hoor; als hondjes, alle-maal achter mekaar verdwenen zij.
101