ders te doen heeft dan met de handjes over elkaar te gaan zitten?
En die mijnheer Davids, die van toeten noch blazen weet... ״Juffrouw Coronel, u gaat toch niet weg....?” Anders hoor je niet. Of zij niet zal weten wanneer zij even weg kan gaan, om naar haar huishouding te kijken!
En denk maar niet dat-ie ״tante Rifke” zal zeggen, zoo’n buitenpoep, zoo’n aangewaaide boerenpummel uit de pro״ vincie.... Waarom is juffrouw Duifje ook niet met een Amsterdamschen jon-gen getrouwd, dien men kent, waar men een beetje eigen mee is... Er waren er toch genoeg geweest, voor iemand die twee broers in de Liedertafel heeft....! Maar die....? Wat doet zoo’n vreemde snoeshaan in de familie, in haar familie, waar zij recht op heeft?
Maar het allereerste is de grootmoeder 26