weer een kreet van bewondering uit.... ״zooals het hem stond!”
En Duifje lag daar maar....!
Eindelijk, om zijn toilet te voltooien, werd het mooiste van de twee door haar met den pauwenstaart gebreide bakker-tjes op zijn hoofdje gezet. (Want dat weet men: een jongen hoort een gebreid puntmutsje te dragen, dat men een ״bakkertje” heet; een meisje daarente-gen een gewoon neteldoeksch mutsje met kantjes. Maar terwijl men toch al de gewoonte heeft om ״van alles twee” in de luiermand klaar te leggen, opdat men niet verlegen zal staan als er twee-lingen komen, legt men er van de muts-jes vier klaar: twee jongens- en twee meisjesmutsjes, die dienst kunnen doen als de tweelingen van hetzelfde geslacht zijn.)
Zoo was ons jongetje dan, kostelijk warm voor de vuurmand, tot een mooi, 116