kleine vingertjes-als-bloemblaadjes, die nog nooit iets gedaan hadden en nog niet wisten waarvoor ze in de wereld waren, sprietten in onbeheerschte be-wegingen rond.... Het duimpje, onge-rept en zuiver en geestig en eigenwijs, met zijn teekeningetje van een nageltje, leek een bespottelijk goed geslaagd pro-beerseltje van Onzen Lieven Heer, een onmogelijk klein dingetje van volmaakt-heid....
En zijn lijfje....! Nog ontsierde het kou-de, witte na velband je de zachte, warme tint en vormen van zijn weelderig li-chaampje niet, het buikje lag blank en vlak en rond als een vruchtbodem daar neer, en onderaan de liesplooien, die de korte, rose, mollige, stevige dijtjes be-grensden, vleide zich, heel miniatuur, het bevallig bloemsteeltje, neen het bloemtrosje, dat de lijnen van het ge-heel sierlijk afmaakte en vereenigde.... Dan waren er de kuiltjes in het knietje,
8
113