nee. Maar we geven natuurlijk wel een receptie. Het is toch zeker een groot geluk, als men zoiets in levenden lijve mag beleven.'
De receptie is een door iedereen geaccepteerde rechtvaardiging van een feest, waarbij veel gesnoept en weinig gedronken wordt. Zij is bovenal een gelegenheid om de jonge volwassene vele cadeaux te schenken. Bij de keuze der giften gelden ongeschreven en nochtans onwrikbare tradities. Vader en moeder geven de jarige zijn eerste horloge, met een ketting. Dat is hun plicht, hun voorrecht, hun vreugde. Leven de grootouders nog en zijn ze in een beetje goede doen, dan schenken zij hem een zegelringetje met kattenoog-steentje. Dat zal hij aan zijn pink dragen totdat het hem jaren later te nauw wordt en Spannet, de goudsmid, het van zijn hand moet vijlen. De familieleden, de vrienden en bekenden, beschikken over een ruimer keus, maar hun mogelijkheden blijven toch nog zeer beperkt. De vromen kopen bij Joachimsthal een gebedenboek, of een ander heilig boek in Hebreeuwse lettertekens gedrukt. Zeggen ze, met een scheut azijn in hun honingzoete stem: 'Hier, lees er maar goed in. Spaar je het Joods te vergeten.' Anderen zoeken hun cadeaux in de sfeer van het profane. Bij elke viering van een Bar Mitzwah is het opmerkelijk hoeveel mensen na heel lang piekeren tenslotte allemaal tot dezelfde conclusie zijn gekomen, dat een volwassene zonder paraplu niet gelukkig door het leven kan gaan.
'Hier heb je een mooie besteedster van me. Oh, heb je al vijf parapluutjes, nou, sjat niks, cadeaux kunnen altijd geruild worden.'
De bedachtzame gasten evenwel voorzien zich in de Bijenkorf
95