onderstand van behoeftigen. Een busje voor de emigranten uit Oost-Europa. Een busje voor de Joodse Invalide. Een busje voor een zionistische organisatie. Een busje voor het Joodse ziekenhuis. Elk op zijn beurt worden die busjes met giften bedacht. 'Je moet nooit vergeten, dat de armste mensen ook kinderen hebben, die ze gezond willen groot brengen.' 's Avonds kienen ze met overgave en hartstocht, ze schoppen laaiende ruzie om een cent winst of verlies. Maar als het spel uit is, gaat alle winst in een busje. Wie een prijsje in de loterij trekt, zondert een tiende af; dat verdeelt hij over de busjes. Brengt een bijzondere gebeurtenis gasten naar de huiskamer, dan staan de busjes vermanend en uitnodigend midden op de tafel. Amsterdam moge dan geen ghetto kennen en de Joodse buurt met muur noch heining zijn afgepaald, doordat de bewoners dag-in dag-uit bijna uitsluitend met huns gelijken in aanraking komen, de afstand verschrompelt tussen innerlijk leven en de wereld om hen heen. Dat heeft zeer weinig te maken met regelmatig bezoek aan de sjoel, de synagoge. Voor het merendeel zijn de bewoners onkerks wat niet hetzelfde is als anti-kerks. In politiek opzicht ondergaan ze de zuigkracht der socialistische beweging. Maar de kerkelijke leidslieden volgen de vanen der liberalen van Treub en Zadok van den Berg. Spotten de arme mensen:
'Alleen vrome gieteltjes mogen op de liberalen stemmen.'
Er bestaat dus wel degelijk spanning tussen de staatkundige gevoelens der grote massa en de politieke practijk der kerke-raadsleden. Die remt bij velen de geneigdheid tot geregeld bezoek aan de synagoge. Maar het geloof zelf woont bij iedereen in. Het trekt door alle vezels van de buurt. Het is altijd en
91