en als hij nou heel laat thuis komt op vrijdagavond, en als de lamp nog niet brandt, en als de Sabbath-vrouw in geen velden of wegen te zien is en Chris Schrikkel evenmin... wat doet dan zo'n mannetje? Nou, wat doet hij? De gekste dingen doet hij. Men vertelt dat zo'n mannetje, heen en weer geworpen tussen duizend consciëntieconflicten, in zijn benauwenis bij een juffrouw op het Oudekerksplein komt. Zegt dat sjlemieltje:
'Och juffrouw, wilt U mij een reuze plezier doen? Ik woon over de brug. Wilt U even bij me thuis het licht komen opsteken, dan zal ik voor U onderdehand wel tegen het raam tikken.' Voor zulke verleidelijke en in elk geval beschamende situaties behoedt Chris Schrikkel ongetelde vrome huisvaders in de buurt.
Maar als een van zijn vrindjes een nogal donker uiterlijk heeft en ietwat bewegelijk gesticuleert, ontstaan ernstige religieuze conflicten van geheel andere aard.
Een belangrijk element in het Joodse familieleven vormt het regelmatig terugkerende gebed voor de zielsrust van een overledene. Na de begrafenis begint de rouwtijd, die soms een heel jaar kan duren. Dan brandt inde hoek van de kamer het tedere Neir Tamied licht. Bijna een heel jaar lang komt men dan bijeen voor een gezamenlijk gebed. Het gebed wordt meestentijds thuis uitgesproken. Kaddish heet het. Elk jaar wordt bovendien de sterfdag herdacht.
Zo'n gezamenlijke bidstonde moet door minstens tien volwassen mannen worden bijgewoond. De kerkelijke volwassenheid vangt aan op het dertiende levensjaar. Tien mannen... Minjan zoals dat heet.
82