Hebreeuwse tekst. lekowed = ter ere. leizen - ontvangen (impetego). lemoen - citroen (lemone). lizabonnen - Lissabon.
m
makke - plaag, klap, onheil, mal-ag-ha Mowes (vulgair: malgemowes) - Engel des doods, malke - koningin, mangelen - olienootjes, matze ־ ongezuurd, ongedesemd brood.
mazzel en broge - geluk en zegen, letterl.: goe gesternte en heilwens.
mazzeltof- veel geluk, medina-stamper - bewoner van 't
platteland, meiwe - deskundige, melech - koning, menoecbah - rust. mesjogge - waanzinnig, mesjoggaas (zie mesjogge) - waanzin.
metsieje - vondst, buitenkansje. Midrash - navorsing, het afleiden van de tradities uit de Schrift naar bepaalde regels, misphoge - familie.
n
nabes - dronken man nadan - huwelijksgift.
narrisj - zot. nasjen - snoepen, nebbisj - stumperd, uitroep van
medelijden. Neir Tamid - bestendig licht, neshama - ziel.
neweire (ook wel reweire) - zonde, jammer.
niegisj - bijgelovig voor-oordeel, nooien - uitnodigen.
O
oggenebbisjvrouwtjes - medelij-
wekkende vrouwtjes, oi - wee.
omijn (we omijn) - amen. ongijn - slecht soort humor, d.w.z. humor waarvan een ander de dupe is ('echte gijn doet geen pijn').
otelebotel = afgeleid van obar u-boteil(ook wel: owerlewotel) -
alsof hij reeds overleden is. p
pandjes maken - belenen, parg - zeer hoofd. parsje(van: poroshoh) - hoofdstuk peigeren - doodgaan, perfester - professor, piesjer - klein kind, pisser, nummer één in 't kienspel, poeriem - Purim feest, ponum (ook wel verbasterd: porem) - gezicht.
197