Maar zijn vriendjes sarden:
'Roewie, wanneer moet je weer naar de Prinsengracht ? Ze hangen je met je kap in een katrol en dan trekken ze jou er zo onder uit. Dan gaan de klieren vanzelf mee.'
Over de oorzaak van favus, het hoofdzeer, had de buurt zeer gedecideerde oordelen.
'Eet je peer niet met schil en al op. Daar krijg je een parg van.' 'Zit niet met je handen aan je krentensjnabel te plukken. Als je nietje vingers in je haar komt, heb je zó'n parg.' Een krentensjnabel was een bezoeking van krentachtige ont-stekinkjes rondom de mondhoeken. Er werd met stelligheid beweerd, dat zo'n ontstoken mond de straf was voor veel en te vaak snoepen. Vooral taartjes moesten worden gemeden door iedereen met aanleg voor krentensjnabel.
De taartjeswinkel van Wiedijk was om de hoek, in de Weesper-straat en daar is hu nog de apotheek van Van der Plaats, en in dat grote huis aan de overkant vond je eertijds de leerwinkel van meneer de Nooy. Met grote letters stond zijn naam op de ruiten:
a. de nooy
Bigotte mensen weigerden die naam uit te spreken. Het herinnerde hen te veel aan de naam van het Opperwezen, en die naam mag immers niet ijdellijk worden gebruikt. Daarom zeiden ze: meneer Addenom.
Verderop tussen Kerkstraat en Keizersgracht staat een groot winkelhuis. Weet U welke firma daar gevestigd was, wéét U het nog ? Daar was nou 'de Zon', een nering te groot om doodgewoon een garen- en bandwinkel te worden genoemd. Er
181