kensteeg scholden ze de Portugese jongetjes voor: Kiejaajs, maar thuis in de Kerkstraat, zei dat zelfde joggie tegen zijn moeder: 'Kiejaai de nuevo?' is er nog wat nieuws? Als ik bij mijn vriendje Jopie Andrade Leao de Taxeira de Mattos thuis speelde, zei zijn moeder: 'Geefdat tedeske jongetje ook een stuk prialeet'... het geen betekende: 'Geef dat Hoogduitse jongetje ook een stuk koek.'
De broodfabriek van Ceres op de Prinsengracht was eens de bezienswaardigheid van de buurt. Maar voor de bewoners van de Kerkstraat was het de sensatie van hun eeuw. 'Wat een huis, wat een huis.'
Aan de Prinsengracht lagen de lichters met graan tegen de loswal. Meneer Ceres stak een grote gonje slurf uit het dakraam en slobberde zo'n schuit in een mum van tijd helemaal leeg. En aan de andere kant het meneer Ceres de lankies, de knippies, de fijntjes en de galletjes, bruin gebakken zo maar, holderdebolder in de bakkerskarretjes rollen. Wat een huis, wat een huis.
Vlakbij was het oude schoolgebouw waar de kinderen heenge-sleurd werden, die aan hoofdzeer leden, een pargkop hadden ze. Wie daaraan leed, werd kaal geschoren als een biljartbal, daarna vette de zuster de naakte kruin in met een kwalijk riekende zalf, en vervolgens draaide ze een ellenlang verband om de arme schedel. Met een witte kap, en klagelijk huilend kwam zo'n kind uit de Favuspolikliniek. De moeder stond klaar met een ijsmuts, om die over de kap van de oneer heen te sjorren. Zei zo'n moeder ongevraagd:
'Mijn Roewie heeft geen parg. Hij is alleen maar een beetje klierachtig van gestel.'
180