Zegt de apostel van Stirner:
'U verdraait mijn voorbeeld. In mijn voorbeeld springt U wél in het water, en dat doet U uit egoïsme.' Zegt het mannetje:
'Dan zal U zich een andere voorbeeld moeten aanschaffen, want ik weet toch zeker zelf het beste hoe ik besta; U probeert mij egoïsme aan te smoezen, dat ik niet accepteer. Uit!' Beledigd kijkend worstelt het mannetje zich vrij uit de kring. Op zijn moeilijke tocht door de jungle der omstanders naar de vlakte van de markt, geeft hij commentaar: 'Die man heeft een hekel aan zichzelf. Hij is net zo een idealist als ik. Oj, waarom moet hij zich zelf dan waar iedereen bij is als een wild beest afschilderen ?'
Naast die kring staat een ander kluwen mensen. Kleine Cohen-netje geeft de massa onderricht in de ingewikkeldheden van het geslachtsleven. Hij is een iel mannetje met een gezicht als een peerdrupsje. Hij draagt een punthoed, een losse das met slippen en een cape. Wat professoren aan de universiteit van het sexuele nog niet weten, is hem reeds geopenbaard. In zijn eentje loopt hij storm tegen schijnheilige huisjes. Hij laat het niet bij woorden. Hij brengt zijn theorieën ook in praktijk. Als straf voor deze consequente houding heeft hij reeds vele maanden gevangenis moeten opknappen. Nauwelijks uit de brom begeeft hij zich echter weer onder het volk. Hij moet praten. Als hij niet bromt, praat hij.
De gonjezak bevat een rode kool en een witte. Hoe hij het gelapt heeft, weet niemand, maar kleine Cohennetje heeft uitgevonden, dat er onder rode en witte kolen geslachtelijk onderscheid voorkomt. Je hebt mannetjes rode kool en vrouwtjes ro-
158