en de koper biedt de helft. De bediende zegt, dat hij het voor zo'n spotprijs beslist niet mag verkopen. Zegt vader: 'Laten we het verschil delen.'
'Nee, dat kan beslist niet. Als de baas hoort, dat ik het voor zo'n spotprijs heb weggedaan, ontslaat hij me.' 'Nou, dan gaat de koop niet door.'
De familie stapt resoluut naar de deur. Vastbesloten staan ze op straat. Maar toch ook weer niet zó gedecideerd, dat de bediende geen kans zou hebben hen op't laatste ogenblik terug te roepen. 'Nou, neemt U het dan maar voor die prijs. Maar het is gegan-neft voor het geld.'
Zo kochten ze hun costuums, die ze droegen bij Bar Mitzwah, bij bruiloften en bij de vele feestelijke gelegenheden. Totdat hun, ergens in Polen, het bevel werd gegeven: Uitkeden.
142