De peer heeft nu een mooie gladde zuivere vorm. 'Zo... en nou eerst het tafeltje.' De peer-diamant krijgt een glad bovenvlak. 'En nou de baseeltjes, en hier, dat zijn de paviljoentjes. Zo, nou is het steentje in de rondist. Briljanderen moeten jullie ook leren. Kijk, en nou komen er hier... ai, je hebt het te veel gegeven, zie je wel, je had een kletje moeten late liggen, nou heb je het steentje verknokt.'
Baseeltjes, paviljoentjes en kletjes... voor de leek zijn het allemaal vlakjes aan de diamant, maar de kinderen herkennen ze onmiddellijk. Een steentje verknokken betekent, dat een of meer van de vier en zestig vakjes niet precies van gelijke grootte is en niet in een ingewikkelde wiskundige verhouding ligt, zodat het licht, dat door de niet meer loepzuivere steen valt, niet op de fraaiste manier kan worden gebroken. Een steentje verknokken is het ergste wat een mens kan overkomen. 'Vader, mag ik het opnieuw proberen. Snijden we de helft van de peer af. Maken we het steentje een beetje kleiner.' 'Ja, jij hebt makkelijk smoezen. Zal je de baas horen. Meer dan de helft verlies, alleen maar omdat meneer heeft zitten morsen.' De kinderen nemen ook de overdrachtelijke betekenis der typische vakuitdrukkingen in hun taal over. 'De meester heeft dat jongetje van Moppes naast me in de bank gezet. Hij is niet helemaal uit de rondist.' Dat betekent, dat het ventje een tikkeltje aan de achterlijke kant is, want een steen, die nog niet uit de rondist is, is half af. 'De buurvrouw heeft me willen uithoren, maar ik heb haar afge-briljandeerd.'
'Heel goed, dat mens ook altijd met haar scherpe tong van serie zeven.'
ui