Zegt ze snikkend:
'Ik denk veel te veel. Maar wat kan ik er aan doen ?' Ze heeft gebeden, dat ze zijn bruiloft zou mogen beleven; God heeft haar smekingen gehoord en nu is ze bedroefd. Ze was dankbaar, dat haar zoon zo'n goed en degelijk meisje tot vrouw had gekozen, ze houdt van haar schoondochter alsof het een van haar eigen kinderen is; en nu die haar plaats in het leven van de jongen overneemt, is ze jaloers. Jaloers? God beware haar voor zulke zondige gedachten. Nee, jaloers is ze niet. Als bruidspaar en gasten de traditionele Maandans zingen op een menuet-melodie van Mozart, danst en zingt ze mee: 'Juffrouw mag ik met u verkeren Zal ik u de Maandans leren. Nee meneer, ik dank u zeer Maandans is geen mode meer.' En terwijl ze zingt en danst kan ze haar tranen niet keren. Waarom huilt ze dan ? Oók een vraag! Omdat op een bruiloft de moeder van de bruidegom nu eenmaal altijd schreit. Zonder haar tranen zou het huwelijk immers niet volmaakt zijn.
Zodra de trouwdag achter de rug is, weet ze met feilloze zekerheid, dat ze zich om haar pasgetrouwde zoon zeer bezorgd moet maken. De eerste dagen van de wittebroodsweken heeft ze het jonge stel met visites niet lastig gevallen. Maar voordat de eerste week om is, zegt ze 's morgens tegen haar man: 'We moesten vanavond maar eens bij onze getrouwde zoon een kop koffie gaan drinken.' Zegt de man:
'Kunnen we niet beter nog een paar dagen wachten ? Die twee hebben zo lang gewacht totdat ze eindelijk alleen mochten zijn.'
103