'Nee, ik zal daar niet gaan.'
'Nou, neem dan van mij een raad aan en loop een straatje om. Het is al zo vol boven, de mensen zitten gewoon in elkaar geschoven net als de eierenlepeltjes in een doosje. De hele wereld is geweest en nog steeds stromen de mensen er naar toe.' 'Geen wonder. We hebben een grote misphoge moet U rekenen, en dan al hun vrienden; die mensen hebben nou letterlijk alleen maar vrienden.'
'Ik wil niet roddelen, maar als men zoveel mensen verwacht, maakt men een Bar Mitzwah niet thuis, dan doet men het op een zaal.'
'Wat ik zeggen wou, bent U zelf al geweest ?' 'Nou ja, nou nee. Ik heb die drukte wel zien aankomen. Ik denk: kom, ik ga lekker een beetje vroeg. Toen ik er was, zaten er al mensen, maar toen kon je tenminste nog je handen bewegen als je tegen iemand iets wou zeggen. Ik wil niemand de rekening maken, maar dat feest moet een kapitaal geld kosten. Rode en witte port, en limonade in vier kleuren en van die kleine taartjes in papiertjes, die ze pakkies-voer noemen.' 'Hebben ze dan geen echte taarten ?'
'Natuurlijk, ik heb niet geteld, maar in het uurtje, dat ik boven was, heb ik zeven taarten zien aansnijden.' 'Ze hebben jaren voor die Bar Mitzwah gespaard. Dat weet ik uit de eerste hand. Dertien jaar lang hebben ze elke week een half guldentje weggelegd. Gelijk hebben ze, als men maar één zoon heeft en die wordt Bar Mitzwah, zal men zijn laatste hemd verkopen om een rijk man te lijken.'
De ouders hebben zich met voordacht zo opgesteld, dat niemand hen over het hoofd kan zien. Komen de gasten op hen
93