moest denken, terwijl je in de Noordelijke IJszee voor je leven vocht. 'O ja, de Armada', zei Bill, 'daar heb ik van gehoord. Die is niet door jullie, maar door de Engelsen vernietigd.' 'De Engelsen', riep Dirk verontwaardigd, 'wij hebben de Onoverwinnelijke Vloot om zeep geholpen, niet jullie.'' 'Wie zegt dan, dat wij het hebben gedaan?' vroeg Bill verbaasd, 'ik zeg toch, dat de Engelsen de vloot naar de kelder hebben gejaagd, Sir Francis Drake, weetje?' 'Jij bent toch Engels...'
'Ik Engels? Man je moet me niet beledigen, anders smijt ik je subiet over boord', riep Bill verontwaardigd en lachend tegelijkertijd. 'Ik ben een Schot, dat is niet hetzelfde als een Engelsman. De Schotten zijn vrij en onafhankelijk.'
'O juist', zei Dirk en hij glimlachte. 'Maar toen de Hollanders honderd jaar later de Engelse oorlogen hebben gevoerd, toen waren jullie er toch wél bij en die hebben wij toch gewonnen, asjeblieft.' 'Engelse oorlogen?' zei Bill verwonderd, 'honderd jaar later? Laat eens kijken, dat waren de Hollandse oorlogen, zo leren wij het op school, de Hollandse oorlogen en die heb jullie niet gewonnen, maar wij:
'Wel nou nog mooier', zei Dirk, 'denk je soms, dat ze ons op school in Holland leugentjes zitten te vertellen? Wel eens gehoord van Admiraal Tromp? En van Michiel Adriaanszoon de Ruyter? Man, wat wil je, we zijn helemaal de Theems opgevaren, tot aan Londen toe. Hebben ze je dat op school ook geleerd?' 'Natuurlijk', zei Bill. 'Denk je, dat ze ons op school leugentjes voorkauwen? De'Hollanders konden de Theems en de Medway opzeilen, omdat ze de Engelsen matrozen een hogere gage hadden beloofd. Het was geen heldenmoed, maar doodgewoon een zaak van centjes.'
En toen lachten ze allebei hartelijk en sloegen elkander vriendschappelijk op de schouder.
De Amerikanen in de andere boten hadden van het gesprek niets gehoord. Die zagen alleen, dat Dirk en Bill het best met elkaar konden vinden.
'Goed zo, jongens', riepen ze vanuit de verte, 'houdt er de moed
maar in. De narigheid is nu gauw afgelopen.'
'De Amerikanen', zei Bill peinzend, 'met die hebben we ook oorlog
178