volgen. Ze tekenden een verklaring, dat ze vrijwillig het besluit
hadden genomen om te voet verder te gaan.
'Do svidanje', riepen ze, 'tot weerziens', en ze verdwenen achter een
rotsformatie.
Dirk zat weer bij stuurman van der Mey aan het roer. Slechts af en toe konden ze achter zich nog iets zien van de andere sloepen. 'Het lijkt wel, alsof er voor deze sloep een apart windje blaast', grinnikte de stuurman. 'Die ijzeren sloepen van de Amerikanen kunnen niet vooruit komen. We zullen ons een beetje laten afzakken, totdat we weer bij elkaar zijn.'
'Okay, go on', riepen de Amerikanen, toen de bootjes weer bij elkaar waren. 'We can't stay forever here. We'11 follow you.'* De stemming aan boord was redelijk goed. In het oosten konden ze de onherbergzame kusten van Nova Zembla zien, maar al was het een bar land, toch gaf het hun een veilig gevoel te weten, dat ze zo nodig aan wal zouden kunnen gaan.
'Geloof maar gerust, dat Willem Barentsz hier erbarmelijk heeft geleden', zei Dirk. Hij begon Bill Cameron in het Engels het verhaal van de historische overwintering te vertellen. Die vond het een machtig belangwekkende geschiedenis, maar hij meende zich te herinneren, dat hij toen hij als jongen in Schotland nog op de schoolbanken zat, óók zo'n verhaal had gehoord. Alleen, het waren geen Hollanders, maar Schotten geweest.
'Dat moet dan een andere bemanning geweest zijn', zei Dirk. Elke zeevarende natie had blijkbaar zijn eigen helden en al beleefden ze allemaal hetzelfde, toch vond elk volk, dat zijn mannen iets hadden gepresteerd, dat geen ander volk kon evenaren. 'Destijds waren we nog in oorlog met de Spanjaarden', legde Dirk Bill uit.
'Jullie in oorlog met de Spanjaarden?' zei Bill verbaasd. 'Goeiegrut-jes, dat heb ik nooit geweten.'
'Daarvoor hebben we nou tachtig jaar gevochten', zei Dirk tegen de stuurman, 'en in Schotland weten ze 't vandaag de dag nog niet.' 'Heb je wel eens van de Armada gehoord?' vroeg Dirk, 'en van de admiraal Medina Sidonia?' De hele vaderlandse geschiedenis kwam hem geleidelijk aan weer in gedachten. Komiek, dat je aan zoiets * We kunnen hier niet eeuwig blijven. Wij volgen U.
177