pen van de 'Paulus Potter' naderbij kwamen. Die schenen de baai ook te hebben opgemerkt, want ook zij veranderden van koers en voeren nu dicht onder de kust.
De landing in de baai was niet zo eenvoudig als ze hadden gedacht. Er lag toch nog vrij veel drijvend ijs, en de bodem was bezaaid met venijnige rotspunten. Ze voeren zo dichtbij het land als ze nog juist verantwoord achtten. Daarna legden ze de roeispanen als een soort bruggetje van de sloepen naar de wal. De eerste, die over deze primitieve brug aan wal ging, was het hondje Mascotte. Het diertje rende als een razende het strand rond, buitelde in de sneeuw en hapte uitgelaten naar stukjes ijs. Voorzichtig werden de zieken en gewonden op de schouders van de gezonde schipbreukelingen naar de wal getild. De twee sloepen, die voor hen waren aangekomen, bleken te behoren aan een Amerikaans schip, de 'Washington', dat deel had uitgemaakt van hetzelfde convooi als de 'Paulus Potter'. Ook dat schip was door de Duitsers tot zinken gebracht. Maar de mannen in deze sloepen hadden minder geleden dan de schipbreukelingen van de 'Paulus Potter'. De uitrusting van de Amerikaanse sloepen was veel beter, er waren tal van geneesmiddelen aan boord, waarmee zieken konden worden geholpen. Bovendien, in deze Amerikaanse sloepen waren de instrumenten en de kaarten voor de navigatie uitstekend in orde.
De Amerikaanse kapitein stak zijn bewondering voor de Nederlanders niet onder stoelen of banken.
'Say', zei hij tot stuurman van der Mey, 'dat is mooi zeemanschap
175