Het schip lag als een gewond dier op één kant. Steeds zwaarder werd het slagzij. Toen ze op voldoende afstand van het schip waren gekomen, lagen de sloepen bij elkaar. De mannen zagen hun schip onder water verdwijnen.
'Kapitein', zei stuurman van der Mey, 'vind je het goed, dat ik maar de navigatie neem? Ik heb vanmorgen gedacht: tjonge, we konden er hier wel eens af moeten, weet je wat, ik reken alvast de koers uit naar het dichtstbijzijnde land. Ik heb nog wat instrumenten meegebracht om positie te bepalen. Een kaart kon ik in de gauwigheid niet vinden, maar ik dacht: natuurlijk zit een kaart van de Noordelijke IJszee wel in de sloep.'
Dat was echter niet het geval. Onbegrijpelijk, dat vergeten was een behoorlijke zeekaart en een goede tijdmeter bij de uitrusting te doen.
'Nou ja', zei stuurman van der Mey, 'dan doen we het maar op een schoolatlas. We moeten koers zetten naar Nova Zembla.' Nova Zembla, het barre eiland waar Willem Barends met zijn gezellen de winter van 1597 doorbracht.
Maar zouden ze er wel belanden? De neerslachtigheid onder de schipbreukelingen in de boten was groot. Sommige jonge matrozen schenen de moed geheel te hebben verloren. Ze jammerden, dat ze naar hun moeder wilden. Nooit zouden ze aan land komen, snikten ze. Iedereen zou in de koude Poolnacht doodvriezen.
165