Tegen de avond van de vierde juli 1942 kregen alle kapiteins van de koopvaardijvloot het bevel: 'convooi uit elkaar; open Uw geheime orders.'
Kapitein Sissingh riep zijn officieren bij elkaar. De harde waarheid moest worden verteld. Verbijsterd keken de mannen elkaar aan. Met de andere schepen bij elkaar en onder gewapende bescherming van het escorte was de strijd al hachelijk. Hoeveel gevaarlijker zou de reis worden, nu ze in hun eentje verder moesten. 'Dat wordt verzuipen', zei één van de officieren somber. 'En nog wel verzuipen in het steenkoude water van de Noorse wateren. De heren in hun warme kantoren in Londen besluiten maar. Jan de zeeman zal het wel voor ze opknappen. Zij gaan vanavond lekker naar kooi. Wij zullen wel voor ze zwemmen.' De stemming was verbijsterd en verbitterd. 'Mannen', zei kapitein Sissingh ernstig, 'we hebben nog een kans. Ik heb overeenkomstig mijn orders besloten noordelijker te gaan varen. Op Spitsbergen aan en dan oostwaarts. Hoe verder we naar de noord opkruipen, hoe minder kans we hebben dat de moffen ons te grazen nemen.'
'Welja, laten we maar meteen helemaal naar de Noordpool gaan', spotte één der officieren.
Maar het bevel was nu eenmaal gegeven. Het convooi brak op. De 'Paulus Potter' stoomde noordwaarts de ijsbarrière van de Noordpool tegemoet. Tien andere koopvaarders voeren ver weg in dezelfde richting. En een gevoel van grote verlatenheid legde zich met de ijskoude deken van de vorst op schepen en bemanningen. Wat zouden de volgende dagen brengen?
158