hopige zet komen om deze reuzen-partij schaak te winnen. Alleen, we weten nog niet wat ze achter de hand hebben.'
Inderdaad, de Duitsers hadden nog één zware troef achter de hand. In de Noorse havens lag een deel van de Duitse oorlogsvloot, waaronder de 'Tirpitz', een zware kruiser.
Toen de derde aanval op het convooi er niet in was geslaagd de schepen te verspreiden, besloot de vijand deze boven-water-vloot in de strijd te werpen.
Door dit besluit stelden de Duitsers de geallieerde admiraliteit voor een moeilijke beslissing. Immers, een convooi bood voor het verdragende geschut een gemakkelijk doel. Van verre afgeschoten konden de projectielen altijd wel een schip in 't convooi treffen. Er was dus ruimschoots reden om het bevel te geven: convooi moet zich verspreiden. Bovendien loerde de geallieerde vloot reeds geruime tijd op die Duitse boven-water-vloot. De vijand hield zich echter in de Noorse havens verscholen. Nu echter kwam ze naar buiten. De kans was schoon voor de geallieerde vloot om de Duitse marine een gevoelige, misschien wel beslissende slag toe te brengen. Dit betekende echter, dat alle oorlogsbodems van het gewapende escorte het convooi in de steek zouden moeten laten, om de Duitse vloot tegemoet te stomen en slag te leveren.
Moeilijke beslissing, inderdaad. Op korte termijn gezien telde het levensbelang van het convooi zeer zwaar. Dat moest beschermd worden - maar op lange zicht bekeken was er de kans om de Duitse vloot zo'n klap te geven, dat toekomstige convooien veiliger zouden zijn dan dit. De geallieerde admiraliteit besloot, dat de kansen van de oorlogvoering op lange zicht beschouwd de overhand moesten hebben. Derhalve werd besloten, dat het gewapende escorte van het convooi zou worden teruggetrokken. De schepen van het convooi moesten zich verspreiden. Elk schip moest varen volgens de geheime orders, die voor zulke gevallen in een verzegelde enveloppe in de brandkast van de kapitein waren opgeborgen. Vanzelfsprekend wisten maar weinig mensen in het convooi wat er precies aan de hand was. Maar het was ongelooflijk hoe snel zich een gerucht verspreidde, als het ware van schip tot schip. Hoe? Dat wist niemand, maar in zo'n vloot van koopvaardijschepen gaan de geruchten even snel van mond tot mond als op de vaste wal.
157