Door storm en duisternis

Titel
Door storm en duisternis

Jaar
1962

Druk
1962

Overig
1ed 1962

Pagina's
190



Toen de avond viel waren er nog steeds Duitse bommenwerpers in de lucht. Zo goed en zo kwaad als het ging probeerden die positie te bepalen boven een vloot, die zich in de lichte Poolnacht niet kon verbergen. Onderzeeboten dwaalden rondom het convooi. De vijand probeerde luk-raak schepen te treffen. Van het convooi werd slechts geschoten, wanneer een treffer bijna zeker leek, want elk spoor van licht kon de vijand immers de juiste positie verraden. Slechts een deel van de bemanningen kon naar kooi. Dirk lag op zijn bed, aangekleed en met het zwemvest vlak bij de hand. Het rumoer van buiten klonk nog slechts verzwakt in de hut door. Buiten was het koud, ofschoon het zomer was. Maar in het binnenste van de 'Paulus Potter' was het aangenaam warm. Té warm voor Dirk. Hij had het gevoel, dat zijn gedachten nu op een grote draaimolen zaten. De gebeurtenissen van de hele dag gingen weer aan hem voorbij, maar het middelpunt van alles was het in doodsangst vertrokken gezicht van de Duitse piloot, toen deze brandend als een fakkel met zijn vliegtuig in zee stortte.

Het was niet de eerste keer gedurende de oorlog, dat Dirk de dood onder ogen had gezien. Destijds in Hengelo, toen hij en Willem zich schietend een weg naar de vrijheid hadden moeten banen, was het eveneens een kwestie van leven of dood geweest. Hij zag weer, hoe het bloed uit Willems rechterarm gutste. Toen echter had hij zich niet onpasselijk gevoeld. Integendeel, als hij aan die episode terugdacht, kon hij zich herinneren, dat hij eigenlijk helemaal geen angst had gekend.

Ik geloof dat het komt, dacht hij, omdat ik even tevoren de dood van de Duitse vliegenier zo intens heb gewenst. Ik dacht: ik wilde dat ik een reus was, dan zou ik de machine met mijn blote handen grijpen en als een dolle kat verpletteren... zó diep en zó hartstochtelijk heb ik nog nooit iemand gehaat. En het was alsof de volgende seconde mijn haatverlangens werden vervuld. De piloot stierf, vlak voor mijn ogen als een beest.

Een gevoel van schuld kwelde hem, persoonlijke schuld. Hij gooide zich op zijn kooi heen en weer. Opeens voelde hij een hevig verlangen naar zijn vader en moeder en naar Lien en zijn vrienden. Als ik nu met hen zou kunnen spreken, dacht hij, zouden ze me begrijpen. Zij zouden weten hoe moeilijk ik het heb. Een klopje op de deur van de hut weerklonk.

152

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.