Door storm en duisternis

Titel
Door storm en duisternis

Jaar
1962

Druk
1962

Overig
1ed 1962

Pagina's
190



Toen de oefeningen teneinde waren, bleven hier en daar groepjes van de bemanning nog wat bij elkander praten.

'Ik ben al drie keer getorpedeerd', zei een matroos; hij heette Jan Holyrook, 'drie keer, nou, dan doet het je niks meer. Dan is het een gewoonte geworden. Niet, dat ik het leuk vind, dat is wéér wat anders ... de laatste keer kregen we een torpedo midscheeps. De kapitein van die duikboot was een nette mof, tenminste dat dachten we. Toen we in de boten waren gegaan en op de kalme zee dobberden, zagen we de schuit voor onze ogen zinken. Heel rustig en heel bedaard, net een ouwe opa, die op één oor gaat liggen. Op een gegeven ogenblik komt de duikboot boven water, het luik gaat open en de mof komt voor de dag.

'Hebt U alles aan boord?' vraagt hij ons, 'genoeg te eten, genoeg te drinken?'

'Jawohl', zeggen we. 'Hebt U een kompas?' 'Jawohl.'

Hij geeft ons nog de koers naar de dichtstbijzijnde kust. Heil Hitier, brult hij en wij terugwuiven met een slap handje. Daarop komt de bemanning van de duikboot aan dek. Ze maken het boordkanon klaar en beginnen ons te beschieten. Twee van onze sloepen hebben ze toen in koelen bloede in de grotïd geschoten. De mensen waren al dood, toen ze in het water terechtkwamen, doodgeschoten snap je, en waarom ze nou juist die sloep waarin ik zat ongemoeid hebben gelaten, nou, dat zullen we wel nooit te weten komen.' Andere matrozen hadden soortgelijke verhalen te vertellen. Verhalen van onmenselijke wreedheden door duikbootkapiteins begaan tegen weerloze schipbreukelingen op vlotten en in sloepen. 'We hebben drie weken in die sloep rondgedobberd', vertelde de matroos verder. 'Toen we tenslotte door een Engelsman, die we praaiden, werden opgepikt, waren we zo mager geworden, dat je tweemaal naar ons moest kijken om ons eenmaal te zien. Toen ik later in Liverpool aan de wal ging, had ik van die reis schurft overgehouden. Van de vervuiling snap je. Nou, daar bofte ik eigenlijk mee, want al verging ik van de jeuk, het betekende toch ook, dat ik niet mocht uitvaren, zolang ik nog van die schurft had. Er kwamen zeelui van allerlei nationaliteit bij me. Zeg maat, zeiden die, kunnen we van jou een stukje huid krijgen, zo'n stuk waar schurft in zit?

143

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.