weg, vocht het dappere Rode Leger een wanhopige strijd tegen dezelfde vijand, die Nederland had bezet.
'Over een uur varen we', zei de stem van stuurman van der Mey. 'Alles is klaar, over een uur gaan we de eerste turn maken, naar IJsland.'
'Uncle Joe, here we come', zei Bill ernstig en spottend tegelijk. De 'Paulus Potter' hakte stug en stoer zijn weg door het zwarte water van de Noordelijke zeeën, naar IJsland. Alle stof en vuil, alle lawaai en gestommel van de haven, waren verdwenen. Overdag zagen ze op een drie, vierhonderd meter naast zich de vier schepen van de tweede kolom van het convooi. Zijzelf zaten in de eerste kolom, ook van vier schepen. Een driftige torpedojager koerste om hen heen, als een waakhond.
In de nacht waren alle lichten gedoofd. Dan voeren de schepen wat verder uit elkaar. Op geheimzinnige apparaten werd geluisterd naar onbekende geluiden, die door de golven zouden kunnen worden verspreid, geluiden van duikboten, die ergens tussen Noorwegen en IJsland op de loer moesten liggen. Op het dek lagen de reddingsvlotten klaar, platte houten vlotten; in het midden bevond zich een soort houten kuip, waar eventuele schipbreukelingen enigermate beschut zouden kunnen zitten. De hoogste paraatheid was geboden, alles stond klaar om als het onverhoopt nodig mocht zijn het schip onmiddellijk te kunnen verlaten. Onbegrijpelijk eigenlijk, dacht Dirk, als je zo'n schip onder je voelt heb je het gevoel, dat het onbreekbaar en oer-solide is. Maar één torpedo en de golven sluiten zich voor eeuwig boven het schip en de bemanning. Iedereen was
141