in een lange rij naast elkaar liggen, tien jaar geleden had geteisterd. Honderdduizenden mensen werden door de zweep van de gedwongen lediggang gegeseld. Winkeliers en kleine ambachtslieden, die van de massa der kleine klantjes moesten leven, gingen bij duizenden bankroet. Toen werd er in de volksbuurten van Schotland bittere armoede geleden.
'En het bitterste was het gevoel', zei Bill Cameron, 'dat Londen zo ver weg was en dat de regering er blijkbaar niets van snapte. Daar ginds in het verre vreemde Londen keuvelden ze maar over andere beroepen, die we moesten kiezen. Alsof je zo maar honderdduizenden scheepstimmerlieden in schoenmakers en metselaars kunt veranderen - en voor die moet er dan toch ook werk zijn. De onrust in het noorden groeide. Je kon de woede horen grommen.' 'Toen', vertelde Bill verder, 'hadden de duizenden besloten, dat er dan maar eens een reusachtige hongermars naar Londen moest worden ondernomen. Geld om met de trein te gaan was er niet. En dus gingen ze maar lopen. De afstand? De sneltrein doet er twaalf uur over. Het werd een optocht van duizenden mensen, en die liepen maar, steeds verder naar het zuiden. Ze trokken door het welvarende land van Yorkshire en door de zwartgerookte steden van het industriële westen en waar ze kwamen vonden ze een hartelijk onthaal. Het volk van Engeland, dat zo hard met de neus op de werkelijkheid van de verschrikkelijke werkloosheid werd gedrukt, begon zich af te vragen: En wat doet de regering in Londen tegen deze armoede?
'Op een zondag', vervolgde Bill, 'kwamen we in Londen aan. De hon-germarcheerders, zoals we werden genoemd, streken in het reusachtige Hydepark neer. Als een troep uitgehongerde verstoten honden. De werkloze mijnwerkers uit Wales hadden zich bij ons aangesloten. We lagen op een van de reusachtige grasvelden, en de massa der zondagswandelaars draaide als een mallemolen om ons heen. Die lieten hun hondjes uit of aten ijsjes. We hielden een grote betoging in Trafalgar Square, maar de regering wilde ons niet ontvangen en toen zijn we maar weer teruggewandeld... veel lopen schijnt goed te zijn tegen de honger, want toen we thuiskwamen, voelden we onze magen niet meer. Die hongermars heeft Schotland nooit vergeten.'
Dirk moest opeens denken aan een gesprek, dat ze in de club in
139