schip zwaar en solide op het water. Van Manchester was het door het Manchester Ship Canal naar het noorden gevaren. De bewapening van het schip was formidabel. Kapitein Sissingh, bij wie hij zijn opwachting had gemaakt, vertelde hem, dat het schip door al dat schiettuig meer weg had van een kleine kruiser dan van een koopvaarder. Veertien stuks Oerlikon afweergeschut, twee doublé Marlins eveneens afweergeschut, Amerikaans colts-geschut, dat vierhonderdvijftig schoten per minuut kon lossen en met water gekoeld moest worden; aan stuurboord stonden veertien stuks geschut om raketten af te vuren en aan bakboord hetzelfde aantal. Er waren vier stuks Vampire kanonnen aan boord; daarmee werden raketten naar vliegmachines geschoten. De raketten ontploften boven en lieten dan een parachute los, waaraan een bom bevestigd was. De kunst was, om zo'n parachute vóór een vijandelijk vliegtuig te plaatsen. Bovendien was er nog Gimbelgeschut aan boord, waarmee horizontaal op vliegtuigen kon worden geschoten. Stuurman van der Mey zei:
'En dan hebben we nog een lading ammunitie aan boord om er bang van te worden. Tussendeks hebben we grote kasten, zal ik maar zeggen, moeten inrichten. Daar zitten kisten T.N.T. in, een paar ton van dat ontplofbare spul, genoeg om heel Glasgow naar de barrebiesjes te blazen. De kasten - lockers, zeggen de Engelsen -zijn op slot en ik heb de sleutel. De Engelse officier, die dat spul aan boord heeft laten brengen, zei tegen me: 'en als er brand op het schip uitbreekt, is het eerste watje moet doen die kisten in zee gooien, anders hoef je de brand niet eens meer te blussen.' 'Varen we met een Nederlandse bemanning?' vroeg Dirk. 'Ja en nee', zei kapitein Sissingh, 'de bemanning is helemaal Nederlands, maar we hebben ook nog achttien Engelse kanonniers aan boord. Die moeten het geschut bedienen en de Hollanders zullen een handje moeten assisteren.'
'Dus U denkt, dat we het benauwd zullen krijgen, kapitein?' vroeg Dirk.
'Nou, de eerste dagen niet. Tussen Schotland en IJsland beginnen de moffen niet zo heel veel. IJsland is in handen van de geallieerden en van Ratjevik - zo noemen we onder elkaar Reykjavik - uit kunnen die dat brokje zee wel schoon houden. Maar als we eenmaal om de Noord^gaan, nou smeer dan je borst maar in met geitemelk,
137