'Dan vindt U varen zeker wel fijn?'
'Ik vind het beestenwerk. Wie zijn vader en zijn moeder heeft vermoord is nog te goed om zeeman te worden.' 'Waarom doet U het dan?'
'Ach joh, dat is helemaal niet zo ingewikkeld. Het zit zo in elkaar: thuis weet ik nooit waar het suikerpotje staat en waar de broodtrommel is. En als je dan geen zin hebt om het steeds weer aan je vrouw te vragen, nou wat doe je dan? Dan ga je maar gauw varen. Maar als de oorlog is afgelopen, weetje wat ik dan doe?' 'Nee.'
'Dan koop ik een lot in de Ierse paardenrennen, en als ik dan de hoofdprijs win, koop ik een mooi schip en dat leg ik op en dan ga ik naar huis.'
Dirk haalde zijn schouders op. Het scheen, dat meester Kluwen tot elke prijs een ernstig gesprek wilde vermijden, omdat hij niet wilde laten merken hoe kwetsbaar hij innerlijk eigenlijk was. 'We hebben nogal wat geschut aan boord', probeerde Dirk het gesprek op gang te brengen.
'Ja, proppeschieters genoeg. Als ze nou ook nog helpen tegen de moffen, zitten we deze reis op fluweel.' 'Dacht U dat we het zó te kwaad zullen krijgen?' vroeg Dirk. 'Knijp je'm?' vroeg Kluwen.
'Nee... dat niet', zei Dirk aarzelend. 'Ik denk dat ze al dat geschut niet hebben neergezet om op meeuwen te schieten.' 'Tja, we kunnen het best erg te kwaad krijgen, maar wat doe je er aan? Gevaren moet er worden. Iwan moet wapens hebben, anders gaat Iwan er onder door. En dat kunnen we nou eenmaal niet hebben. Maar laten we uitscheiden met dat klassieneren, op reis zal er genoeg tijd zijn om elkaar uit te horen. Pak je barang maar uit en slinger maar zo'n beetje op het schip rond. Er valt genoeg te zien.'
Dwalend en pratend met deze en gene kreeg Dirk gaandeweg een duidelijk beeld van het vaartuig, dat de eerste weken zijn woonplaats zou moeten zijn.
'De Paulus Potter' was een gloednieuw schip, dat een halfjaar tevoren in de Engelse stad Manchester was gebouwd. Aanvankelijk had het 'Emperor John' geheten, maar voor de Nederlanders was het herdoopt in 'Paulus Potter'. Met zijn tienduizend ton lag het
136