leven, zo ben je eerste machinist en zó moet je voor hofmeester spelen. Kom maar mee, zeuntje, ik zal je wel even de plaats wijzen, waar je straks je moede ledematen tussen de koele lakens zult kunnen vlijen.'
Onderweg naar zijn kooi zei Dirk: 'Ik heet Dirk Poldervaert.'
'En ik heet Kluwen, ik ben de eerste machinist... vórt Mascotte, als er fatsoenlijke mensen door moeten, dienen hondjes beleefd opzij te gaan.'
Mascotte was een klein mormeltje van een onbestemde wit-grijze kleur en van nog onbestemder afkomst. 'Is dat de scheepshond?' vroeg Dirk.
'Nou, scheepshond, scheepshond? Zeg maar gerust het scheeps-mormel... zuiver vuilnisbakkenras. Mascotte hoort van één van de matrozen. Kapitein Sissingh heeft het goed gevonden, dat het beest de reis meemaakt en dat is eigenlijk wel gezellig. Als de mensen je vervelen, heb je tenminste nog aanspraak aan dat stomme dier.' Dirk mocht Kluwen onmiddellijk. De man had iets wijsgerigs en humoristisch tegelijkertijd. Hij sprak langzaam met een merkwaardige onverschilligheid, die niet helemaal echt leek. De hut was klein maar niet ongezellig. Dirk had behoefte aan een babbeltje.
'Vaart U al lang?' vroeg hij de eerste machinist. 'Wat is lang? Een jaar of twintig, niet langer.'
135