Toen Dirk Poldervaert de 'Paulus Potter' in Glasgow aan de kade gemeerd zag liggen, ,was zijn eerste gedachte: 'Dit is geen koopvaarder, maar een oorlogsschip.'
Dreigend staken vele smalle venijnige lopen van geschut naar buiten. Hij probeerde het aantal vuurmonden te tellen, maar spoedig gaf hij dat voornemen op, er waren er teveel. De hoge opbouw van de brug was met zware betonnen en ijzeren platen bedekt. Op het dak van de brug zag hij een extra zware plaat van ijzer en beton liggen.
'Jonge, jonge', dacht Dirk, 'de heren schijnen heel wat te verwachten. Wat hebben ze die schuit zwaar bewapend en beschermd.' De toegang tot de kade was door soldaten afgezet. Zonder speciaal toegangsbewijs kwam niemand in de buurt van de lading, die als een enorme hoop nog op de kant stond.
Dirk zag een indrukwekkende rij zware tanks staan. Verderop was een onnoemelijk aantal kisten hoog opgestapeld. Hij zag rompen van vliegmachines. De vorm van sommige kisten liet maar al te gemakkelijk vermoeden, dat er onderdelen van vliegmachines in verpakt waren. In de karakteristieke letters van het Russische alfabet stonden allerlei aanwijzingen op de kisten geschilderd, maar die kon Dirk niet lezen.
'Zo, dus jij bent dat snurkertje van de pers?' zei een zware, maar niet onvriendelijke stem tegen hem, toen hij aan boord was geklommen en in de gangen naar iemand zocht, die hem verder kon helpen. Havenarbeiders hepen bedrijvig heen en weer. Het gesis van de winches, het gerammel van kettingen, het gebons en gekraak van de lading, die in de ruimen werd neergelaten, overstemde bijna het geluid van zijn stem.
'Ja, dat ben ik', schreeuwde hij terug, 'mijn naam is Poldervaert, Dirk Poldervaert.'
'Aangenaam, mijn naam is Van der Mey en ik ben de eerste stuurman aan boord van dit nieuwe schip. Och meester, wil jij deze knaap even zijn kooi wijzen.'
Dit laatste zei de eerste stuurman tegen een man, die met een zware Engelse sleutel in de hand stond te kijken naar een matroos, die bezig was iets aan een electrische leiding te veranderen. 'Ik zal me maar weer voor het vaderland opofferen', zei de man, die met 'meester' was aangesproken, 'zo gaat het nou eenmaal in het
134