A thing of beauty is a joy for ever: lts loveliness increases; it will never Pass into nothingness; but still will keep A bower quiet for us, and a sleep Full of sweet dreams
„Een ding, dat schoon is, is een vreugde voor altijd; zijn bekoorlijkheid groeit; het zal nooit verzinken in het niet Zou Keats, kon hij zijn land, kon hij het onze, kon hij zoo vele andere landen thans aanschouwen, ook nu nog dichten, dat schoonheid altijd toeneemt en nooit kan vernietigd worden? Ja, als het een ding betreft, een voorwerp, dan vertolkt Keats’ onsterfelijk woord een lichtende waarheid. Maar komt de schoonheid, die om ons is, die van stad en land, in het geding, dan wordt het gelogenstraft door hen, die ons, naar schoonheid dorstenden, zwarte nachtmerries bezorgen in stede van zoete droomen.
195