is er dan ook nu. De vijvers van „Gooilust” zullen vervuilen door het afvalwater der fabriek en dus voor de vogels onbewoonbaar worden; rook en stank zullen de buitenplaats bezoedelen; stilte en rust zullen verstoord worden; de kwade nabuurschap brengt het dierenleven in gevaar. En de kans is groot, dat de ellendige fabriek, die even goed, en beter, elders had kunnen staan, de zeldzame heerlijkheid van „Gooilust” uit ons land zal doen verdwijnen. („Gooilust” is thans bezit van Natuurmonumenten; er zijn, na den dood van den vorigen eigenaar, slechts enkele groepen dieren gebleven.)
De nijverheid bederft aldus, zij het ook lang niet overal in gelijke mate, vele schoone streken, in het bijzonder door hare rookwolken uitgulpende hooge schoorsteenen. Daaronder heeft ook het uitzicht van vrijwel alle Overijselsche heuvelen te lijden en gaandeweg worden de streken, waar geen schoorsteenen boven de omgeving uit en aan den horizon oprijzen, zeldzaam.
Het kwaad zou te bezweren zijn, door alom electriciteit in plaats van stoom als drijfkracht te gebruiken. Maar dit zal wel tot de vrome wenschen blijven behooren. Een ander middel zou wezen, den bouw van fabrieken, anders dan in of bij steden, te verbieden — een maatregel, dien de Britsche minister Winston Churchill op het oog had, doch die hier te lande zeker niet zal worden ingevoerd. Zoodat er niets anders zal overblijven dan „to grin and bear it”, te grijnslachen en te dulden.
Vele fabrieken, vooral zulke, aan welker bedrijf scheikundige processen te pas komen, vervuilen en vergiftigen alle wateren in hare omgeving, terwijl er ook zijn, die de atmosfeer van stank vervullen. Dit toenemende bederf van water en lucht, met alle kwade gevolgen van dien, doet even talrijke als bittere klachten oprijzen. Zij worden ge-, doch niet verhoord. Gevolg hebben zij niet. Een beek of riviertje in de weegschaal tegen een fabriek, zal altijd het lichtst bevonden worden; een fabriek is veel belangrijker dan reine lucht en helder water; en volgens het oude Hollandsche gezegde moet immers wat het zwaarst is, het zwaarst wegen.
Onze verkeerswegen worden nu snel en grondig verbeterd. Zij worden herschapen in breede asfaltbanen en voorzien van rijwielpaden; scherpe bochten worden genormaliseerd en in vele gevallen blijven langs den weg breede strooken grond beschikbaar voor verdere verbreeding, indien zij te eeniger tijd mocht blijken noodig te wezen. Aldus wordt voldaan aan
185