Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



vereering van sport-helden, krachtmenschen en film-sterren — de beoefening van het dwaze en onaesthetische geschuifel, dat de plaats van den sierlijken en den extatischen dans heeft ingenomen — de wilde jacht op snelheids-records — het misbruik van sterken drank, in den vorm van cocktails, dat, vooral in sommige vreemde landen, ook vrouwen maken, verbonden met het zwerven in nachtclubs — het zijn alle, om van andere te zwijgen, symptomen van deze inzinking, van welke wij slechts mogen hopen, dat zij een nieuwe en ongekende verheffing aankondigt en voorafgaat, eene die zal samenvallen met en behooren bij een nieuw verband tusschen volkeren en menschen, als de oude wereld tot heden niet heeft gekend.

De hedendaagsche pogingen om nieuwe schoonheid te scheppen in stedenbouw en architectuur nu, moeten worden beschouwd, niet alleen als achtenswaardig en bewonderenswaardig op zich zelf, doch vooral als steunpunten, als land-teekens, ten dienste van de verheffing, die wij verlangen en het recht hebben te verwachten.

Want eenmaal zullen toekomstige geslachten zich bevrijden van de leelijkheid, gedurende de laatst-verloopen eeuw geschapen, en de natuur hare rechten hergeven, haren vrijen schepselen, voor zoo ver dan nog aanwezig, nieuwe gelegenheid tot leven en voortplanten schenken. De bezonnen bouwmeesters en sierkunstenaars van dezen tijd openen een verschiet van nieuwe, schoone steden en dorpen. En zij, die natuurmonumenten: bosschen, heiden, vennen, plassen, duingebieden, vogelbroedplaatsen, voor altijd in veiligheid brengen, voor ondergang behoeden, behouden aldus niet alleen stukken schoonheid van groote waarde, doch houden de bronnen in stand, uit welke zich een hernieuwd rijk natuurleven zal ontwikkelen, als de menschheid ontwaakt zal zijn en zal gaan herstellen wat dit geslacht, als ettelijke geslachten, die het voorafgingen, heeft verwaarloosd, geschonden en verwoest.

Dengene, die Nederland doortrekt, of nu dit, dan dat oord of gewest bezoekt, ten einde zich in zijn schoonheid te verlustigen, treft het, dat de nijverheid de groote steden den rug toekeert, althans er weinig of geen nieuwe inrichtingen vestigt naast de bestaande, en zich wendt tot het platteland. De oorzaken van dit verschijnsel op te sporen, behoort niet tot de oogmerken, waarmede dit boek werd geschreven. Het zal hier worden gelaten bij het vaststellen van het feit, dat even onmiskenbaar als zorgwekkend is.

182

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.