Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



het leven te roepen, die iets kunstmatigs heeft en in de vaak vrijwel eenvormige huizenrijen niet altijd de gewenschte en beoogde afwisseling vermag te brengen. Hoe komt het, dat het stadsbeeld in zulke nieuwe wijken van de goede soort zelden, zoo ooit, de vergelijking kan doorstaan met dat der oude buurten? Waarom bezit een moderne gracht nooit de statige schoonheid, noch de intieme sfeer van de oude grachten? Waarom was, en is, de eenvoudige Amsterdamsche baksteenen hooge boogbrug, met zijn simpele ijzeren leuningen en zonder de geringste versiering, beter dan de moderne, van kostbare materialen gemaakte, rijk versierde en met hekken van ingewikkeld smeedwerk voorziene bruggen, die op vele plaatsen de oude hebben vervangen, en die, hoe schoon ook op zich zelf, geenszins zoo passen in het stadsbeeld?

Het is alsof in het verleden de samenleving van een intuïtieven kunstzin doordrongen was, in onze dagen van kunst-historie, kunst-opleidingsscholen, kunst-verzamelingen, eindeloos geschrijf, gepraat en getheoretiseer over kunst en kunstrichtingen en -opvattingen, onbekend. Wij zijn afgegleden van het juiste pad, doch weten evenmin hoe dit is geschied, als wij weten hoe er op terug te keeren. Wie onze oude steden en dorpen met aandacht beziet, krijgt bijna immer den indruk: zóó moest het wezen, het kón niet anders zijn. Wie de gewone uitbreidingen onzer steden en dorpen aanschouwt, die van een dertig of meer jaren geleden, kan niet aarzelen te zeggen: zóó moest het zeer zeker niet wezen. En wie zelfs de beste onzer tegenwoordige nieuwste wijken contemplatief beschouwt, zal, met alle waardeering en in vele gevallen zelfs bewondering voor hetgeen werd tot stand gebracht, vaak genoeg de gedachte bij zich voelen opkomen: het is wel goed zoo, doch het had ook anders kunnen zijn.

Wij leven in een tijdperk van verbrokkeling en verwildering, van overgang wellicht naar een nieuwen gemeenschapsvorm, gepaard gaande met, of misschien veroorzakende een alge-meene verzinking, die ons, ondanks hetgeen wij onze hoogere cultuur noemen, ondanks onzen ontzaglijken vooruitgang op het gebied der techniek en de beheersching der natuurkrachten, stelt op een lager peil dan dat, op hetwelk zich de geslachten bevonden, die de steden en dorpen maakten en de landschappen in het leven riepen, die de gevoeligen van heden gelukkig maken. De bevrediging, die talloos velen vinden in mechanisch voortgebrachte surrogaten van kunst, den bioscoop, de gramofoon en de radio-telefonie— de zinnelooze

181

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.