Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



Zóó inderdaad is de Bossche St. Jan. Zóó is ook het gerestaureerde gedeelte van de Abdij te Middelburg; zóó is er ook een en ander aan de Utrechtsche Domkerk; zóó is er veel in ons land, dat tot vóór betrekkelijk weinige jaren gerestaureerd is geworden, veel, dat herinnert aan het verhaal van den man, die het deksel van zijn antiek bierglas brak, het liet vervangen door een nieuw, daarna het glas liet in scherven vallen en toen op gelijke wijze handelde, maar niettemin zijn bierglas voor antiek bleef houden.

Wat is nu het alternatief? Niet restaureeren? Oude gebouwen, die men verwaarloosd heeft, of waaraan de tand des tijds zoodanig heeft geknaagd, dat zij niet lang meer zullen kunnen staande blijven, in puin laten vallen, of af breken?

Ongeveer dertig jaren geleden werd te ’s Gravenhage, en daarna te Amsterdam, eene tentoonstelling gehouden van werken van futuristische, voornamelijk Italiaansche kunstenaars. Het was vermoedelijk de eerste maal, dat men hier te lande eene kunstuiting van deze soort onder de oogen kreeg. Ten einde het publiek eenigszins voor te bereiden op hetgeen het te zien zou krijgen, werd den bezoekers aan den ingang der tentoonstellingszaal eene brochure overhandigd, waarin wezen en beteekenis der futuristische beeldende kunst beschreven werden. De schrijver verklaarde daarin o. a., dat als hij mocht doen hetgeen hij in het belang der kunst-ontwikkeling noodig achtte, zijn eerste werk zou wezen de musea en particuliere verzamelingen leeg te halen, de Titiaans, Correggio’s, Tinto-retto’s, Leonardo’s, enz. op een hoop te stapelen en in brand te steken. Daarna zou hij het bevel uitvaardigen, dat, zoodra hij en zijne medestanders een jaar of zestig geworden zouden zjjn, al hun werk verzameld en op gelijke wijze vernietigd zou moeten worden. En zoo voort, „ad infinitum”. Want, zeide hij, zien en bestudeeren van de kunst van vorige geslachten, staat gezonde ontwikkeling der kunst in den weg, leidt tot min of meer getrouwe navolging, tot overnemen van manieren en methoden van voorgangers, tot verdoezeling en verminking van eigen scheppings-vermogen met eigen middelen. Iedere generatie moet uit eigen geest, „zu eigner Wort und eigner Weis”, zooals Wagner het zeide, scheppen, zonder mogelijkheid van beïnvloeding door anderen, zeker niet door voorafgeganen.

Een toen jonge architect verklaarde het daarmede vrijwel eens te zijn en betreurde het, dat economische redenen beletten om de vjjf en twintig jaren alle bestaande monumentale

150

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.