materialen en gestreefd wordt naar volgen der oude con-structie-methoden en vermijden van alles, dat den ouden technischen en artistieken samenhang verstoren kan. Maar zelfs dan is het resultaat somtijds onbevredigend en ware het beter geweest het oude gebouw te doen verdwijnen, om er een goed modern voor in de plaats te zetten, waar nu slechts een parodie van hetgeen eenmaal was, gewrocht werd. Wie van slecht restaureeren een merkwaardig voorbeeld zien wil, aan-schouwe het gerestaureerde gedeelte van de Sint-Jans-kathe-draal te ’s Hertogenbosch.
Morris zegt van restaureeren op de wijze als daar is geschied o. a. dit:
„De oude traditie is dood en daarmede is de oude methode van arbeiden heengegaan. De onbewuste manier van het behandelen van den steen op een bepaalde wijze, kan niet kunstmatig vervangen worden; en in zulke gewoonten ligt het leven zelf der oude gebouwen opgesloten. Men kan er slechts een diagram van maken. De quaestie is: hoe zou men dit oude met dat nieuwe kunnen oplappen? Het is onmogelijk, het is ongerijmd .... Al de kennis en meesterschap over de natuur, die de moderne beschaving ons geschonken heeft, kan den uitvoerenden werker, dien ons stelsel tot een machine gemaakt heeft, niet voor eene bepaalde gelegenheid veranderen in een vrijen kunstenaar, geleid door eeuwenoude traditie .... Hij (de restaurator) neemt het oude gebouw uit elkander en maakt er iets van, dat geenszins oorspronkelijk is, doch slechts een stereotype-copie, een waardelooze nabootsing. De even groote als niet te definieeren bekoring, die een oud gebouw eigen is, het waas van eerwaardigheid, verdwijnt bij restauratie geheel .... Een herschilderd oud schilderij is niet langer echt; een antiek manuscript, opnieuw geschreven door een modernen pen-kunstenaar, die alle uitgewischte of onvoltooide gedeelten ingevuld heeft, is een vervalsching, zoodra men het voor oud wil laten doorgaan. Wat nu waar is van doek en verf, van perkament en inkt, is niet minder waar van hout en steen. Bij een gerestaureerd historisch gebouw is de sfeer, die het omgaf, vernietigd, voor goed verloren en kan nimmer herwonnen worden; het is het vervangen van de atmosfeer van tijd, van kunst, van menschelijk denken en menschelijk streven, door iets zoo nuchter als de modernste villa, of de banaalste huisjes in de nieuwste stadswijk. Het is een nagebootste antiquiteit, een „pastiche” geworden!
149