HEEMSCHUT
Na al hetgeen er in deze bladzijden werd gezegd over de voortgaande ontsiering, de schennis en de vernietiging der schoonheid van stad en land, mag niet verzuimd worden gewag te maken van hetgeen er voorgesteld, beraamd en gedaan wordt, om deze laatste te vermeerderen en te verhoogen.
Vele overheids-organen houden zich thans veel meer dan in het verleden bezig met deze dingen en het zijn niet in de laatste plaats de Provinciale Besturen, die lofwaardige pogingen doen om vooral het bestaande natuurschoon te beschermen en nieuwe schoonheid in het leven te roepen. Dit geldt o. a. de beplanting van verkeers- en verbindingswegen, vooral omdat de iepenziekte, die onder de olmen reeds zulke hevige verwoestingen aangericht heeft, niet kan gestuit worden en het dus geenszins onmogelijk is, dat deze prachtige boom zal verdwijnen. De vraag is dus gerezen: welke boomen zullen den iep moeten vervangen? Met deze quaestie hebben zich ook sommige Commissarissen der Koningin bezig gehouden. Deze hooge ambtenaren hebben namelijk tegenover verschillende plaatselijke autoriteiten, gemeentebesturen, waterschapsbesturen enz. de wenschelijkheid van het planten van vrucht-boomen langs de wegen betoogd. De gouverneurs verklaarden daarbij, dat het zoowel ter bevordering van het natuurschoon, als uit oogpunt van nuttigheid, wenschelijk zou zijn tot zulke beplanting over te gaan.
De bedoeling is ongetwijfeld uitstekend, doch het mag betwijfeld worden of het goed zou zijn haar ten uitvoer te leggen. Wat het eerste oogmerk betreft, mag niet uit het oog worden verloren, dat vruchtboomen (peren, appelen, kersen, pruimen) tot de schoonheid van ons vlakke landschap slechts in zeer geringe mate kunnen bijdragen. Zij missen namelijk monumentaliteit. Het prachtige accent, dat in onze polders en wijde vlakten de statige rijen iepen en beuken langs de wegen vormen, kunnen vruchtboomen nooit geven. Mooie lanen vormen zij, met hunne geringe afmetingen, veelal gekromde en verwrongen stammen en hun ijle kruinen, evenmin. De eenige vruchtboom, die een monumentaal karakter bezit, is de wal-of okkernoot (Juglans regia); met zijn fraaien, grijzen stam, die een aanzienlijke hoogte bereiken kan, zijn wijde kruin, zijn mooi heldergroen gebladerte, dat de insecten ongemoeid laten, is het een prachtige boom. Hij heeft bovendien het voor ons land zeer groote voordeel, dat zijn bloemen niet in het oog
143